Son en Breugel – Aan het einde van de jaren negentig en in de eerste jaren na de eeuwwisseling maakte de lokale politiek in Son en Breugel een periode van grote veranderingen door. Ruim dertig jaar na de oprichting van de eerste plaatselijke partij verschenen er nieuwe gezichten binnen het toenmalige GSSB, dat zich opmaakte voor een nieuwe politieke realiteit.
Nieuwe namen, nieuw elan
Op de kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 stonden opvallend veel nieuwe namen. Onder anderen Nell van Doleweerd-van Vroenhoven, Frans Meulenbroeks (overgekomen van het CDA), Peter Kleywegt, Hans Teulings, Ted Swinkels, Ilse van der Avoort-Doreleijers, Johan van Tinteren, Joop Mocking, Jan Lavrijssen en Annelies Verschuren (later overgestapt naar de VVD) gaven de partij een frisse impuls.
Nell van Doleweerd werd lijsttrekker. Zij was sinds 1996 wethouder, nadat haar voorganger Ben Rovers onverwachts was overleden. Met de slogan ‘Wij zijn er voor U’ probeerde het GSSB het vertrouwen van de inwoners te herwinnen.
De A50: een dossier dat het dorp verdeelde
Dat vertrouwen was hard nodig. De discussie over de aanleg van de A50 had in de jaren negentig diepe sporen nagelaten. Het GSSB steunde de plannen vanaf het begin, maar de onrust leidde wel tot de oprichting van een tweede lokale partij: Dorpsbelang, met Henk van Aken, Jan Dirk van Arkel, Jos Struik en Rob Bergmans als kartrekkers.
De gemeenteraad voerde stevige debatten voordat de weg en de aansluiting via de Gentiaanlaan er uiteindelijk kwamen. In 2003 werd het lint op de A50 bij Son en Breugel officieel doorgeknipt.
Strijd om zelfstandigheid
Rond dezelfde tijd laaide een andere discussie op: het behoud van de zelfstandigheid van Son en Breugel. Onder de vlag van ‘Dorpspower’ trokken vele inwoners, onder leiding van Ad van Etten en Johan Oldenbroek van het Comité Annexatie Nee (CAN), naar Den Bosch om hun stem te laten horen.
Er werd een schatkist met 9000 bezwaarschriften aangeboden, een groep inwoners liep te voet naar het Provinciehuis en in het dorp werd een koffietafel van maar liefst 2400 meter georganiseerd. Communicatiespecialist Ton Geerts en Ties van Gorp waren grote aanjagers van deze actie, die landelijke aandacht kreeg, zelfs in het tv-programma ‘Barend & Van Dorp’.
Son en Breugel kleurde geel-blauw. Zelfs waarnemend burgemeester Joep Baartmans (PvdA), afkomstig uit een partij die landelijk juist voorstander was van gemeentelijke fusies, sprak zich krachtig uit voor een zelfstandig Son en Breugel. Ook het GSSB liet zich duidelijk horen: de zelfstandigheid van onze mooie dorpsgemeente is een zaak om voor te blijven strijden. De leuzen ‘GSSB tegen annexatie’ en later ‘Eindhoven is een goede buur; dat willen we graag zo houden!’ werden breed uitgedragen.
Ambitieuze plannen voor het centrum
Met het behoud van de zelfstandigheid kwamen ook nieuwe verantwoordelijkheden. De gemeente werkte aan ambitieuze plannen voor het 17 Septemberplein, de Nieuwstraat en het centrum. Begrippen als ‘Het Kloppend Hart’ en ‘Het Traverseplan’ deden hun intrede, en deskundigen van nationaal niveau, onder wie stedenbouwkundige Riek Bakker, werden ingeschakeld.
Ondertussen veranderde het bestuurlijke landschap. Door de invoering van het dualisme maakten wethouders geen deel meer uit van de gemeenteraad. In 2006 werd Frans Meulenbroeks daarom de nieuwe lijsttrekker van GSSB.
Nieuwe koers richting 2010: de geboorte van Dorpsvisie
Rond 2009-2010 veranderde de partij opnieuw van samenstelling. Naast Nell van Doleweerd en Frans Meulenbroeks traden ook John Frenken, Bart Wullems, Paul Osinga en Theo Groenemans toe tot het bestuur. Met nieuwe mensen kwamen nieuwe ideeën en een frisse blik.
In deze periode ontstond ook de naam Dorpsvisie. Hoewel iedereen het GSSB kende, wist bijna niemand waar de afkorting precies voor stond. Een herkenbare, inhoudelijke naam werd daarom steeds belangrijker.
Tegelijkertijd dienden zich nieuwe vraagstukken aan. Moest het Vestzaktheater worden uitgebreid, of was een nieuwe bibliotheek urgenter? Tijdens verkiezingen prijkte een spandoek met de prikkelende vraag:
“Wat zou u doen met 1 miljoen?”